Avondvierdaagse Beverwijk |
||
Zou het dan toch? Avondvierdaagse Beverwijk, zou het dan toch drie keer scheepsrecht. Als ik van mijn werk naar huis rijd, staat onderweg de A10 blank het is glad en noodweer. Hoe dichter ik naar Beverwijk kom, gaat het steeds beter, maar het beloofde niet veel goeds voor vanavond. Verzamelen om 19.00 uur en dan op weg. Zowaar een licht zonnetje. De lopers hebben er zin als we aankomen op de Dreef. Dus maar in een feestelijke stoet op weg naar het eindpunt. Onderweg is het te merken dat onze majoretten ook de avondvierdaagse hebben gelopen. Enthousiaste ouders, ooms, tantes en natuurlijk ook opa en oma staan langs de route. Al moeten die nog even wennen aan dat een majorette niet veel meer doet als je haar een bos bloemen in de handen duwt. Dit enthousiastme geeft ook veel werk aan de begeleiding. Hoe houd ik deze mensen tegen om geen ongelukjes te laten gebeuren. Daarna is het die bos bloemen weer aanpakken en daar we weer. Als opa dan met een presentje langs de kant staat waar hij over na heeft gedacht zijn kleinkind wil feliciteren met een mooie hanger voor om haar nek, wordt zijn enthousiastme getemperd door ouders langs de kant die meelopen. Die wisten dat bloemen niet erg handig is voor hun kind. Opa trekt zich geschrokken terug langs het publiek, dan denk ik dit is het. Het moet toch een beetje kunnen? Natuurlijk de begeleiders hebben hun instructies om de band schoon te houden, maar zo’n avondvierdaagse heeft toch wel wat. Ondertussen blijft het weer goed, al beginnen donkere wolken boven ons samen te pakken. Onweer? Dikke stortbui? Onze aandacht wordt afgeleid. Een politiewagen met zwaailicht en sirene komt ons tegemoet. Gelukkig lopen we in de bocht van de plantage, de andere rijbaan is nog leeg. Dertig seconden later hadden we een probleem gehad, dan hadden we met de band de hele breedte van de plantage gehad. Als band hebben we dit al een paar keer meegemaakt, we stuiven uit elkaar en als het gillende voertuig voorbij is opstellen en weer verder. Maar hoe doe je dat met al die avondvierdaagse lopers achter je? Gelukkig, toeval of voorzienigheid? Het punt waar het gebeurde was een ideale plek om het te laten gebeuren. Nu wil Hans een fluitje want hij denkt dat we hem niet zagen of hoorden. Nu kan ik Hans wel uitleggen dat tegen de tijd dat hij het fluitje heeft gevonden alles al weer achter de rug is, maar ja hoe doe je dat? Zo vaak gebeurd het nu ook weer niet, dus eerst om z’n nek dan in z’n zak enkele optredens thuis? Vergeten? Hé een blauw zwaailicht, sirene waar is m’n fluitje???? Ik weet het niet Hans maar wil je hem echt?? We horen het nog wel. |
||